Skip to content

Omgaan met de drang om iets anders te gaan doen

Uitstellen is in essentie dat je van plan bent iets te doen, maar in het moment toch iets anders gaat doen. Dat “iets anders” is vrijwel altijd iets dat een prettig gevoel geeft, of iets op z’n minst voor verdoving zorgt van het nare gevoel dat je associeert met de taak die je gepland had. Dat is waarom we bijvoorbeeld huishoudelijke taken doen (makkelijk, nuttig, fijn een opgeruimd huis te hebben, taakje afgerond) of bijvoorbeeld gaan eten en tv willen kijken (je verdooft je lijf en bent afgeleid van het nare gevoel).

Waarom je die drang voelt

Telkens als je op het punt staat iets te doen dat je heel vervelends vindt, laat je brein een soort alarmpje afgaan “er is een probleem”. Daardoor krijg je de drang om dat probleem op te lossen. En de oplossing die een gewoonte is geworden, is dat je iets anders, fijners, gaat doen. Hetzelfde systeem wordt ook geactiveerd als je bijvoorbeeld vergeet de deur op slot te doen. Je brein laat een alarmpje afgaan: er is hier een probleem, je moet iets doen om het op te lossen. Dat gevoel van onrust en de drang om in actie te komen, gaat pas weg als je het probleem hebt opgelost en je brein het “alles in orde” signaal afgeeft. Super slim systeem van dat lichaam van ons!
Bij uitstellen zorgt dit systeem alleen niet voor het resultaat dat je graag wilt bereiken…

Omdat je het zo vaak op deze manier gedaan hebt, is het een gewoonte geworden. Het voelt daardoor alsof je er geen controle over hebt, het gaat automatisch of de drang voelt heel sterk.

Verminderen van de drang

Het goede nieuws is dat je gewoontes ook kunt afleren. Radicaal stoppen met uitstellen is niet nodig. Het patroon, het automatisme verstoren is genoeg. Dat is niet ingewikkeld en kost geen wilskracht: alleen al je aandacht richten op dat wat automatisch gaat, heeft het verstorende effect dat je wilt bereiken.

Hoe vaker je dit doet, hoe zwakker het automatisme wordt. Je krijgt dan steeds meer het gevoel van controle, van keuzevrijheid. Als je dit vaak geoefend hebt, voelt de drang om iets anders te doen telkens wat minder sterk en voel je die drang ook op steeds minder momenten.

Uiteindelijk wil je natuurlijk dat je doorhebt wat er gebeurt vóór je de tv aan zet of de chipszak opentrekt, maar in het begin zal je waarschijnlijk pas ‘wakker worden’ uit het automatisme als je al halverwege bent, of misschien zelfs pas achteraf. Dat is geen probleem. Door te blijven oefenen kun je het automatisme steeds sneller onderscheppen.

Je aandacht richten op wat er gebeurt is dus genoeg, dit is mijn meest effectieve methode om dat te doen:

Stap 1.
Adem diep in en blaas of zucht dan lang uit. Een lange uitademing zorgt ervoor dat je vecht-of-vlucht reactie, die geactiveerd wordt doordat er een “probleem” gedetecteerd is, weer wat tot rust komt.

Stap 2.
Benoem wat er aan de hand is, bijvoorbeeld zo: “Hé, ik voel de drang om iets anders te doen. Mijn brein denkt dat de geplande taak gevaarlijk is, een probleem om te vermijden. En mijn brein wil me in veiligheid brengen door dit andere te gaan doen, dat fijner voelt. Lief dat je wilt helpen, brein, maar alles is in orde zo, we zijn al veilig, ik handel dit verder zelf wel af.”

Stap 3.
Beschrijf hoe de drang om iets anders te doen voelt in je lijf. Of misschien is de onprettige emotie die je associeert met de geplande taak sterker aanwezig, dan beschrijf je dat.
Waar in je lijf voel je het? Zit het links of rechts? Beweegt het? Voelt het traag of snel? Als het een textuur had, zou het dan glad zijn of ruw? Heeft het een kleur? Is het nu hetzelfde als aan het begin, of is er iets veranderd?

Wat je jezelf vraagt en wat je antwoord is, is niet belangrijk. Het enige doel is dat je je aandacht richt op de drang of emotie in je lijf.
Doe dit zo lang als oké voelt.

Of je daarna je geplande taak doet is niet zo belangrijk

Het doel is niet om per direct te stoppen met uitstellen. Oefen alleen om een pauze in te lassen tussen het opmerken van de drang iets anders te doen en daar gehoor aan geven. Daardoor versterk je het patroon niet langer. Na verloop van tijd, kun die pauze telkens wat langer maken. Die pauze-ruimte kun je vervolgens gebruiken om te onderzoeken waarom je eigenlijk tegenzin voelt voor de geplande taak, zodat je dat ‘probleem’ ook kunt oplossen.

Het klinkt allemaal heel simpel, maar als je er midden in zit is het niet altijd makkelijk. Je overlevingsinstinct wil je zo snel mogelijk weghebben van wat verschrikkelijk naar voelt. Dat het hier niet om een levensgevaarlijke tijger gaat, maar om een administratieve klus, dat snapt je instinct niet. Bewegen in de richting van wat “gevaarlijk” voelt, is tegennatuurlijk.
Dat is een van de redenen waarom coaches bestaan 🙂 Als je je gesteund voelt door een coach, is het minder “eng” om werkelijk je aandacht te richten op dat wat je een vervelend gevoel geeft. Als je onder begeleiding hebt ervaren dat er geen ramp gebeurt en dat je elke emotie aankunt, wordt het gemakkelijker om dit werk alleen te doen. Ik oefen de stappen die ik beschreef daarom ook tijdens sessies met mijn klanten.
Wil je bespreken of coaching ook iets voor jou is? Boek dan een gratis sessie via de knop hieronder.