Skip to content

Jouw karakter heeft er niks mee te maken

Een verslag schrijven, een tandartsafspraak inplannen, een vergadering voorbereiden, de afwas doen. Vaak komt uitstelgedrag overal in je leven terug. Bij allerlei verschillende taken.

Omdat het overal in je leven opduikt, bij al die verschillende dingen, lijkt het een logische conclusie dat het aan jou ligt. Jij bent schijnbaar de enige overeenkomstige factor in al die taken.
Dus ga je je identificeren met een karaktereigenschap die je jezelf toebedeeld en die haast wel de oorzaak móet zijn van jouw uitstelgedrag. 

> Ik ben chaotisch en ik heb nooit overzicht.
> Ik ben perfectionistisch.
> Ik kan er niet tegen als andere mensen bepalen wat ik moet doen.
> Ik ben nogal lui aangelegd.
> Ik wil het gewoon graag goed doen.

Zo ben ik nu eenmaal, het is nu eenmaal moeilijk voor mij om al die taken te doen.

Als jouw karakter het probleem is, dan is de enig mogelijke oplossing dat je met wilskracht, dwang en streng zijn voor jezelf door de weerstand die je ervaart heen duwt.  

Wat je over het hoofd ziet

Wat je waarschijnlijk niet ziet is dat die uiteenlopende taken tóch een gemene deler hebben. Alle taken die je uitstelt hebben met elkaar gemeen dat je brein voorspelt dat je je er rottig door gaat voelen.

“Dat verslag is heel veel werk. Ik weet ook niet zo goed wat er in moet komen trouwens. Straks zit ik de hele dag te schrijven en dan blijkt het helemaal verkeerd te zijn. Echt een afgang. En superzonde van m’n tijd ook nog. Blegh. Waarom moet ik dit doen? Wat een onzin. Niemand gaat dit ooit lezen. Ik weet niet waar ik moet beginnen. Geen idee wat de bedoeling is.”

“De tandarts bellen is het probleem niet natuurlijk. Maar het is altijd zo’n gedoe om na te denken over wat een handige tijd is. Ik krijg er instant stress als ze vragen wanneer ik de afspraak zou willen. Eerlijk gezegd word ik van de controle zelf ook best wel zenuwachtig. Het doet gewoon een beetje pijn soms. Op z’n minst is het heel oncomfortabel. En ik ben al zo lang niet geweest, wat nou als er iets mis is. Straks moet ik een wortelkanaalbehandeling. Dat zou echt rot zijn. Duur ook trouwens. Pfff… daar gaat m’n vakantiegeld.”

“De vaat is zo’n berg. Dat gaat eeuwen duren. En het is stom. Ik ga de hele tijd chagrijnig zijn en balen. Echt zooveeel werk. Het houdt ook nooit op hè, morgen ligt er weer zo’n berg. Ik word al moe als ik er aan denk.”

Zie je? Voelt rottig.

Gemene deler gevonden.

Je brein doet z’n werk

Je brein houdt niet van onbekende, enge, energievretende dingen. Dat is geen bug, het is een feature. Je brein doet zijn werk. We zijn bij wijze van spreken geprogrammeerd om gevaren te vermijden. Van tijgers in het struikgewas tot buitensluiting door je dorpsgenoten. Je brein wil liever dat je veilig in de grot, bij het warme vuur blijft zitten.

Alleen die dingen doen die je al 100x succesvol hebt gedaan, iedereen te vriend houden, energie besparen. Dat zijn de beste overlevingstactieken.

De weerstand die je voelt is eigenlijk een soort alarm dat je brein laat afgaan.
Ken je de film Inside Out? Ongeveer zo zie ik dat voor me, van die poppetjes die paniekerig rondrennen: Oh nee, gevaar! We weten niet zeker dat we dit goed doen. Wat als er iets misgaat? Oh nee, oh nee, je voelt je rottig, dat is nooit een goed teken. Abort mission!

Waarom je denkt dat het aan je karakter ligt

Ons talige, logische deel doet ook een duit in het zakje door Belangrijke Argumenten aan te dragen die ons ervan moeten overtuigen terug de veilige grot in te gaan.

De karaktereigenschappen en andere redenen die je brein aanvoert zijn de zondebok, niet de werkelijke oorzaak.

Achter de weerstand zit meestal een onzekerheid, angst of een gevoel van energieverspilling.

Je kunt natuurlijk je beeld omvormen van elk afzonderlijk taakje waar je weerstand bij ervaart. Zodat je er zekerder over bent, zodat je ziet hoe nuttig het is. Je kunt proberen er plezier aan te beleven. Alles om ervoor te zorgen dat je het alarm niet triggert.

Dat kan absoluut.

Sneller is het als je leert om te gaan met het feit dat de alarmbellen afgaan als je uit de grot stapt.

Wat te doen als het alarm afgaat

Tot nu toe zorgt dat alarm ervoor dat je op de vlucht slaat. Maar je kunt ermee leren omgaan zoals je waarschijnlijk nu al met de rookmelder van de keuken omgaat.
Vermoedelijk schrik je even als het afgaat, maar je rent niet meteen gillend je huis uit. En je gaat ook niet met je oren dicht op de bank zitten, doen alsof je niks hoort. In plaats daarvan, ga je eens even kijken wat er aan de hand is. Waarschijnlijk is gewoon de ovenschotel een beetje, ehm.. laten we zeggen.. donkerbruin geworden, je keuken staat waarschijnlijk niet echt in lichterlaaie.

Als het rookalarm afgaat, ga niet mee in het verhaal van je eerste schrikreactie. Je merkt het alarm op en besluit dan in relatieve rust wat je volgende stap gaat zijn. Zo kan het ook zijn bij tegenzin voor een taak.

Merk op dat je tegenzin hebt en denk even na over de achterliggende reden. Waarom vindt je brein dit gevaarlijk? Kun je een deel van de angst wegnemen?

Daarna is het een kwestie van accepteren dat je je niet comfortabel voelt terwijl je de taak doet. Zoals de rookmelder nu eenmaal af gaat, als je afbakbroodjes in de oven stopt. Dit hoort erbij. Stop met het verhaal te voeden over hoe vervelend het is. Stel jezelf in plaats daarvan gerust.

“Het voelt niet fijn, maar we overleven het heus wel. Het komt wel goed.”