100% van je uitstelgedrag afkomen?

Ik krijg vaak de vraag waarom ik zeg dat je helemaal van je uitstelgedrag af kunt komen. Want het is toch menselijk? Het is toch iets dat iedereen wel een beetje heeft? En als je de neiging hebt tot uitstellen, dan zal je die neiging altijd houden, toch?

Dat klopt.

Uitstelgedrag komt in essentie doordat we als organisme altijd weg willen van wat onprettig is, naar prettige dingen willen toe bewegen en bovendien zoveel mogelijk proberen energie te besparen en risico’s te vermijden. Die motivatie is de basis van elk menselijk gedrag. Dus nee, daar kom je niet vanaf. Tenzij je cyborg wordt ofzo.

Bovendien is jouw neiging tot uitstellen een patroon, een gewoonte geworden. Als er eenmaal een sterk neuraal netwerk in je brein is aangelegd, gaat dat niet zomaar meer weg. Het kan minder actief worden. Je default gedrag kan anders worden. Maar helemaal weg, dat kan waarschijnlijk niet.

Daarnaast bedoel ik met “nooit meer uitstellen” ook niet dat je als een robot elke seconde van de dag precies doet wat je van tevoren gepland had. Ten eerste is het leven behoorlijk chaotisch en onvoorspelbaar, dus alles vooraf willen plannen getuigd wat mij betreft van een gebrek aan realiteitszin. Bovendien is veerkracht, flexibiliteit en spontaniteit juist wat het leven leuk maakt, of op z’n minst: leefbaar.

Er zullen altijd momenten zijn waarop je niet doet wat je van tevoren bedacht had. En het zal altijd zo zijn dat je weerstand of tegenzin voelt bij sommige taken.

Tóch zeg ik: ik ben 100% van mijn uitstelgedrag af.
En ik zeg ook: jij kunt 100% van je uitstelgedrag afkomen.

Uitstellen is niet iets dat je overkomt

Met uitstelgedrag bedoelen we dat we onszelf niet onder controle hebben. We praten over uitstelgedrag alsof het ons overkomt. En hoewel het een automatisme of een gewoonte kan zijn, is het geen afwijking of ziekte ofzo.

Als je uitstelt, kies je er (onbewust) voor om iets anders te doen. Daar is een reden voor. Zodra je er achter bent wat die reden is, kun je experimenteren met oplossingen.

Je kunt vaardig worden in het analyseren van wat je doet, voelt en denkt.
Je kunt leren om te veranderen wat je gewoontes en overtuigingen zijn.
Je kunt ervoor zorgen dat je eerste neiging niet is wat je werkelijk doet. Zoals je hopelijk ook geen gevolg geeft aan je drang om iemand in z’n gezicht te stompen als je boos bent.

Zodra je dat soort technieken beheerst, is uitstelgedrag niet meer een probleem dat je nu eenmaal hebt. “Uitstelgedrag” is alleen nog maar een label voor normaal menselijk gedrag. Gedrag dat je kunt bijsturen of voorkomen.

Uitstelgedrag is een oordeel

Waarom zou je jezelf een label opplakken, omdat je normaal, menselijk gedrag vertoont?
“Oh ik ben echt zo’n ademer. Ik kan echt nog geen minuut zonder adem. Pff. Echt zo stom. Ik zou willen dat ik minder adem nodig had, zoals freedivers enzo. Maar ik heb niet genoeg wilskracht en discipline om zo lang mijn adem in te houden.”

Heeft iemand een woedeprobleem omdat diegene boos wordt als er iets gebeurd dat die niet wil?

Ja, je had het voornemen om X te doen en in werkelijkheid heb je Y uitgevoerd. Maar waarom zou je jezelf veroordelen? Dat is alsof je jezelf direct een slons of viespeuk noemt omdat je een keer niet doucht. Of andersom: je noemt jezelf toch ook geen clean-freak omdat je jezelf elke dag wast?

Het is niet nodig om een label te plakken op alles wat je doet.

Het is niet nodig uitstelgedrag onderdeel te laten zijn van je zelfbeeld of identiteit. En al helemaal niet als het label zo’n negatieve connotatie heeft.

Stop het uitstelgedrag te noemen

Juist omdat we uitstelgedrag met iets negatiefs associëren, is het ontzettend contraproductief om dat woord te gebruiken om te beschrijven wat we doen. Zodra je jezelf ziet als uitsteller, ga je elke aanwijzing opmerken dat je inderdaad niet doet wat je je voorneemt, ga je kritisch op jezelf zijn, ga je je rot voelen, leg je de lat hoger ter compensatie, en… zul je vaker uitstellen.
De kans dat je gaat kijken naar wat je doet en waarom, is tot het minimum gedaald. Want wie heeft nu zin om naar zijn “slechte” eigenschappen te kijken?

Wees eerlijk tegen jezelf. Leer objectief te kijken naar wat je doet en hoe je jezelf kunt helpen om het door jou gewenste gedrag te vertonen. En alsjeblieft: delete de negatieve oordelen uit jouw zelfbeeld. Dat is het recept om 100% van je uitstelgedrag af te komen.

Ik weet het… makkelijker gezegd dan gedaan.
Ik help je graag! Boek een gratis waarmaaksessie via de knop hieronder. Dan kun je al je vragen stellen en bespreken we hoe ik je kan ondersteunen.

Regels maken rebels

Een van de dingen die ik mis zie gaan bij mijn klanten, is dat ze hun planning zien als een set regels waar ze zich aan moeten houden.

Het is op zich een goed idee om een plan te maken voor je dag, of dat nou heel precies is of in grote lijnen.
Even de tijd nemen om na te denken over wat belangrijk voor je is, overzicht te creëren. Dat helpt.

De voordelen zijn eindeloos. Het is makkelijker om in werk-flow te blijven als het aantal keuzemomenten kleiner is. Als je een plan hebt, hoef je het “alleen nog maar” uit te voeren. Je hoeft niet elke keer opnieuw afwegingen te maken.

Doordat je van tevoren bepaalt wat je gaat doen in plaats van in het moment, kies je minder snel alleen maar voor de dingen waar je zin in hebt of die urgent voelen. Zoals de kans groter is dat je een gezonde maaltijd kookt, als je de dag van tevoren bepaalt wat je gaat eten. Als je vooraf beslissingen neemt, neem je vaker dingen in je plan op die je vooral op de langere termijn voordeel opleveren.

Top dus, zo’n plan.  

Waarom lukt het dan niet om je eraan te houden?

Weerstand of boosheid is normaal als je het gevoel hebt dat je niet zelf kunt bepalen wat je gaat doen. Ik bedoel, als peuter heb je je waarschijnlijk al meerdere keren gillend ter aarde gestort,  omdat je niet met blote benen naar buiten mocht in november, om maar iets te noemen. Als iemand anders (of in het geval van je planning:  een vorige versie van jezelf)  gaat bepalen wat jij wel en niet mag doen… nou, dan gooi je de kont tegen de krib.

Dat is geen karaktereigenschap of jouw persoonlijke probleem. Autonomie is een van de belangrijkste behoeftes van mensen. Zonder autonomie kan zoiets als intrinsieke motivatie niet bestaan.  Volkomen logisch dus dat je letterlijk of figuurlijk je middelvinger opsteekt tegen je planning als je (onbewust) denkt dat dit regels zijn je moet opvolgen.

Een ander nadeel van je plan zien als een lijstje van regels, is dat je je extra rot voelt als je je niet aan je planning houdt. Of dat nu is omdat je een urgent probleem opgelost hebt, je inspiratie volgde, of omdat je de hele middag door Instagram hebt zitten scrollen. De regels overtreden voelt niet fijn, omdat we dat associëren met een slecht mens zijn.

Besluiten vooraf

Hoe kun je nou alle voordelen plukken van het maken van een planning, zonder dat je jouw innerlijke rebel wakker maakt?

Probeer het idee van regels los te laten en in plaats daarvan te kijken naar je planning als een lijstje vooraf genomen beslissingen. Weet dat je het beste met jezelf voor hebt. Dat het plan er is om je te helpen. Dat maakt het makkelijker om je plan uit te voeren.

Bovendien geeft het je de optie om bewust af te wijken van je plan. Niet uit rebellie, maar omdat de situatie gewijzigd is. Omdat je nieuwe informatie hebt, die maakt dat je tot een nieuwe beslissing komt.
Afwijken van je plan zorgt er dan niet meer voor dat je het hele plan in de prullenbak gooit en je met de snoeptrommel op de bank belandt.

Hoe minder boos je op jezelf bent als je afgeweken bent van je plan, hoe groter de kans dat je nieuwsgierig kunt zijn naar waarom je niet deed wat je vooraf bedacht had.

Waar leg jij jezelf regels op?

Gebruik je jouw plan als afstraffing en als meetlat van hoe jij bent als mens?
Hoe kun je, in plaats daarvan, een plan maken om jezelf te helpen?

Als je het beste met jezelf voor hebt, wat is dan de juiste beslissing op dit moment?

En zoals altijd: als je hulp kunt gebruiken, ben ik er voor je. Als je een Waarmaaksessie boekt, krijg je een uur lang mijn onverdeelde aandacht. We bespreken welke rol uitstelgedrag op dit moment in jouw leven speelt en hoe je zou willen dat het was. We bespreken natuurlijk ook hoe ik je verder kan helpen, als je dat wilt.
Voel je welkom iets in mijn agenda in te plannen via onderstaande knop. Ik spreek je graag binnenkort.

Doen waar je geen zin in hebt

Met mijn klanten werk ik toe naar een situatie toe waarin ze loskomen van alles dat ze ‘moeten’ en de weerstand die daarbij hoort.
Het voelt veel lichter om alleen nog maar te doen wat je wil doen. Bovendien is het gemakkelijker om te beginnen aan iets dat je werkelijk wilt doen.

Maar… zelfs als je alleen nog maar doet wat je wil doen, zijn er momenten waarop je geen zin hebt.

Een simpel voorbeeld om het verschil duidelijk te maken:
Ik vind het fijn als ons aanrecht leeg is en dat ik een schoon glas uit de kast kan pakken als ik dorst heb. Ik wil dus graag dagelijks de vaatwasser in- en uitruimen. Het moet niet. Als ik iets anders prioriteit geef, voel ik me niet schuldig over de vaat. Ik mag elk moment kiezen of ik het doe of niet, maar dit is iets dat ik wil doen. Toch heb ik met grote regelmaat totaal geen zin om van de bank af te komen.

Hoe krijg je jezelf dan zover dat je het tóch gaat doen?  

Erken hoe je je voelt

Proberen je tegenzin weg te stoppen of te verdoven laat het niet verdwijnen. De kans is groot dat je uiteindelijk een paar onprettige emoties opgestapeld hebt. Boos zijn op jezelf omdat je weerstand voelt maakt het er niet beter op.

Erken dus dat je geen zin hebt en maak daar ook geen probleem van.

Dat kan zo simpel zijn als “Ik voel weerstand en dat is oké.” Of zoiets als “volkomen logisch dat ik liever op de bank blijf zitten.”

Stop het verhaal

Waarschijnlijk gaat je brein een heel verhaal ophangen over waarom het beter is om te stoppen. Hoe zielig je bent. Dat je heus al wel genoeg gedaan hebt. Dat rust ook belangrijk is. Misschien geef je andere mensen de schuld.

Het is oké dat er van dat soort gedachten naar boven komen. Je hebt er bovendien helemaal geen controle over. Je brein doet wat breinen nu eenmaal doen.

Waar je wel controle over hebt, is in hoeverre je in het verhaal meegaat. Je kunt loskomen uit de dramaserie die in je gedachten wordt afgespeeld, door in de rol van waarnemer of verteller te stappen.

Probeer eens zoiets: “dank voor je input brein, ik neem het nu weer over” of bijvoorbeeld “ik heb de gedachte dat ik ook altijd degene ben die de afwas moet doen”.

Stimuleer je brein een ander verhaal te vertellen

Vertel een nieuw verhaal, zodat je brein daar als vanzelf op kan voortborduren. Dat werkt het best als het nieuwe verhaal interessant, meeslepend of aantrekkelijk klinkt. Het helpt als je jezelf herinnert aan de achterliggende behoefte of het uiteindelijke resultaat. De vaatwasser uitruimen bijvoorbeeld, is een stuk minder aanlokkelijk dan mezelf even van schone glazen voorzien.

Een simpel mantra-achtig zinnetje kan ook helpen: “Zo, nu ga ik lekker aan de slag.”

Niet willen versus geen zin hebben

Het kan soms lastig zijn om te bepalen of je aan het uitstellen bent, of dat je bijvoorbeeld jezelf de rust gunt die je echt nodig hebt of dat je ineens merkt dat de actie die je je had voorgenomen helemaal niet bij jou en je doel past.

Maar ja, hetzelfde argument kan de ene dag een goede reden zijn en de andere dag een smoesje. Hoe weet je nou wat er aan de hand is? Je komt erachter door nieuwsgierig te kijken naar wat er aan de hand is en zo objectief mogelijk af te wegen of je de argumenten die je aandraagt je aanstaan.

Je gaat jezelf alleen eerlijk vertellen wat er aan de hand is, als je het gevoel hebt dat je jezelf die informatie kunt toevertrouwen. Als er een grote kans is dat je gemeen tegen jezelf gaat zijn, gebruik je liever een smoesje. Net zoals kinderen liegen omdat ze bang zijn dat ze op hun kop gaan krijgen als ze de waarheid vertellen.

Zodra je eerlijk bent, is er geen twijfel meer of je aan het uitstellen bent of niet. Klinkt flauw, maar het is echt zo: je wéét het gewoon.

Vind je het lastig om eerlijk naar jezelf te zijn?

Voor mij helpt het als er iemand naar me luistert en me bevraagt. Voor mij is het mijn coach. Zij helpt me om mijn gedachten ‘uit te stallen’ en te bekijken. Door een coachsessie in te plannen, creëer ik een veilige situatie voor mezelf waarin ik me gesteund voel om onder ogen te zien wat er aan de hand is. En het is heel fijn dat m’n coach me dan ook nog helpt om niet mee te gaan in het verhaal dat de kritische stemmetjes in m’n hoofd me vertellen.

Lijkt jou dat ook wel wat? Ik kan je helpen. Boek een gratis online Waarmaaksessie via de knop hieronder. Dan kun je kennismaken met mij en mijn werkwijze en ervaren hoeveel lichter je je voelt zodra je jouw gedachten en gedrag op een eerlijke en vriendelijke manier onder ogen ziet.

Jouw karakter heeft er niks mee te maken

Een verslag schrijven, een tandartsafspraak inplannen, een vergadering voorbereiden, de afwas doen. Vaak komt uitstelgedrag overal in je leven terug. Bij allerlei verschillende taken.

Omdat het overal in je leven opduikt, bij al die verschillende dingen, lijkt het een logische conclusie dat het aan jou ligt. Jij bent schijnbaar de enige overeenkomstige factor in al die taken.
Dus ga je je identificeren met een karaktereigenschap die je jezelf toebedeeld en die haast wel de oorzaak móet zijn van jouw uitstelgedrag. 

> Ik ben chaotisch en ik heb nooit overzicht.
> Ik ben perfectionistisch.
> Ik kan er niet tegen als andere mensen bepalen wat ik moet doen.
> Ik ben nogal lui aangelegd.
> Ik wil het gewoon graag goed doen.

Zo ben ik nu eenmaal, het is nu eenmaal moeilijk voor mij om al die taken te doen.

Als jouw karakter het probleem is, dan is de enig mogelijke oplossing dat je met wilskracht, dwang en streng zijn voor jezelf door de weerstand die je ervaart heen duwt.  

Wat je over het hoofd ziet

Wat je waarschijnlijk niet ziet is dat die uiteenlopende taken tóch een gemene deler hebben. Alle taken die je uitstelt hebben met elkaar gemeen dat je brein voorspelt dat je je er rottig door gaat voelen.

“Dat verslag is heel veel werk. Ik weet ook niet zo goed wat er in moet komen trouwens. Straks zit ik de hele dag te schrijven en dan blijkt het helemaal verkeerd te zijn. Echt een afgang. En superzonde van m’n tijd ook nog. Blegh. Waarom moet ik dit doen? Wat een onzin. Niemand gaat dit ooit lezen. Ik weet niet waar ik moet beginnen. Geen idee wat de bedoeling is.”

“De tandarts bellen is het probleem niet natuurlijk. Maar het is altijd zo’n gedoe om na te denken over wat een handige tijd is. Ik krijg er instant stress als ze vragen wanneer ik de afspraak zou willen. Eerlijk gezegd word ik van de controle zelf ook best wel zenuwachtig. Het doet gewoon een beetje pijn soms. Op z’n minst is het heel oncomfortabel. En ik ben al zo lang niet geweest, wat nou als er iets mis is. Straks moet ik een wortelkanaalbehandeling. Dat zou echt rot zijn. Duur ook trouwens. Pfff… daar gaat m’n vakantiegeld.”

“De vaat is zo’n berg. Dat gaat eeuwen duren. En het is stom. Ik ga de hele tijd chagrijnig zijn en balen. Echt zooveeel werk. Het houdt ook nooit op hè, morgen ligt er weer zo’n berg. Ik word al moe als ik er aan denk.”

Zie je? Voelt rottig.

Gemene deler gevonden.

Je brein doet z’n werk

Je brein houdt niet van onbekende, enge, energievretende dingen. Dat is geen bug, het is een feature. Je brein doet zijn werk. We zijn bij wijze van spreken geprogrammeerd om gevaren te vermijden. Van tijgers in het struikgewas tot buitensluiting door je dorpsgenoten. Je brein wil liever dat je veilig in de grot, bij het warme vuur blijft zitten.

Alleen die dingen doen die je al 100x succesvol hebt gedaan, iedereen te vriend houden, energie besparen. Dat zijn de beste overlevingstactieken.

De weerstand die je voelt is eigenlijk een soort alarm dat je brein laat afgaan.
Ken je de film Inside Out? Ongeveer zo zie ik dat voor me, van die poppetjes die paniekerig rondrennen: Oh nee, gevaar! We weten niet zeker dat we dit goed doen. Wat als er iets misgaat? Oh nee, oh nee, je voelt je rottig, dat is nooit een goed teken. Abort mission!

Waarom je denkt dat het aan je karakter ligt

Ons talige, logische deel doet ook een duit in het zakje door Belangrijke Argumenten aan te dragen die ons ervan moeten overtuigen terug de veilige grot in te gaan.

De karaktereigenschappen en andere redenen die je brein aanvoert zijn de zondebok, niet de werkelijke oorzaak.

Achter de weerstand zit meestal een onzekerheid, angst of een gevoel van energieverspilling.

Je kunt natuurlijk je beeld omvormen van elk afzonderlijk taakje waar je weerstand bij ervaart. Zodat je er zekerder over bent, zodat je ziet hoe nuttig het is. Je kunt proberen er plezier aan te beleven. Alles om ervoor te zorgen dat je het alarm niet triggert.

Dat kan absoluut.

Sneller is het als je leert om te gaan met het feit dat de alarmbellen afgaan als je uit de grot stapt.

Wat te doen als het alarm afgaat

Tot nu toe zorgt dat alarm ervoor dat je op de vlucht slaat. Maar je kunt ermee leren omgaan zoals je waarschijnlijk nu al met de rookmelder van de keuken omgaat.
Vermoedelijk schrik je even als het afgaat, maar je rent niet meteen gillend je huis uit. En je gaat ook niet met je oren dicht op de bank zitten, doen alsof je niks hoort. In plaats daarvan, ga je eens even kijken wat er aan de hand is. Waarschijnlijk is gewoon de ovenschotel een beetje, ehm.. laten we zeggen.. donkerbruin geworden, je keuken staat waarschijnlijk niet echt in lichterlaaie.

Als het rookalarm afgaat, ga niet mee in het verhaal van je eerste schrikreactie. Je merkt het alarm op en besluit dan in relatieve rust wat je volgende stap gaat zijn. Zo kan het ook zijn bij tegenzin voor een taak.

Merk op dat je tegenzin hebt en denk even na over de achterliggende reden. Waarom vindt je brein dit gevaarlijk? Kun je een deel van de angst wegnemen?

Daarna is het een kwestie van accepteren dat je je niet comfortabel voelt terwijl je de taak doet. Zoals de rookmelder nu eenmaal af gaat, als je afbakbroodjes in de oven stopt. Dit hoort erbij. Stop met het verhaal te voeden over hoe vervelend het is. Stel jezelf in plaats daarvan gerust.

“Het voelt niet fijn, maar we overleven het heus wel. Het komt wel goed.”

Jij bent geen zelfverbeteringsproject

Hoe fijn dat je nieuwe dingen kunt leren, kunt groeien, ontwikkelen. Volgens mij is dat een levensbehoefte van mensen. Ik word heel erg blij van beter worden, van streven naar excellentie. Persoonlijke ontwikkeling, zelfverbetering zou je dat kunnen noemen, ik ben er gek op.

Waar ik het zie mis gaan bij mijn lieve uitstellers, is dat ze gaan denken dat ze MOETEN groeien en verbeteren. Dat ze niet goed genoeg zijn nu.
Maar dat is een misvatting, want je hebt geen resultaten en behaalde doelen nodig om goed genoeg te zijn. Je bent het al.

Bovendien is dat streven naar verbetering niet het enige dat jou definieert. Je bent geen zelfverbeteringsproject. Je bent een mens, een mooi, complex, vreemd, geweldig mens. En een van de dingen die je doet is groeien.

Doelen halen zorgt niet voor een beter zelfbeeld

Kijk, als het zou werken zou ik je natuurlijk aanmoedigen. Als je iets in je leven kunt aanpassen, zodat je gemakkelijker positief over jezelf kunt denken, dan ben ik de laatste die zegt dat je in plaats daarvan maar aan je mindset moet werken.

Jammer genoeg werkt het zo niet. Je verwacht dat je trots op jezelf gaat zijn en bewondering van anderen gaat krijgen. Je verwacht dat je jouw beeld van jezelf daarmee kunt opvijzelen.

Maar denk even terug: hoe reageer jij op complimenten op een doel dat je bereikt hebt? Waarschijnlijk noem je op wat er nog mis is, leg je uit waarom het niet veel voorstelt, of benoem je dat je het volgende doel nog lang niet bereikt hebt.

Een resultaat halen zorgt er dus helemaal niet voor dat je je beter voelt. Want een brein dat gewend is om op zoek te gaan naar dingen die beter moeten, blijft die gewoonte houden, onafhankelijk van de doelen die je al bereikt hebt.

Het maakt dus niet uit welke resultaten je haalt als je niet OOK je brein gaat instrueren anders te denken.

Wat nou als je je brein de tegenovergestelde zoekopdracht geeft: Wat is er beter?

“Ik heb die drang tot zelfverbetering nodig om dingen voor elkaar te krijgen”

Als je lijkt op de mensen met wie ik in het Waarmaaklab werk, denk je nu: “Ja maar, Sanne, als ik tevreden ben met waar ik nu ben, dan komt er dus helemaal nooit meer iets uit m’n handen.”

Stel dat dat waar is.

Wat is dan het ergste dat er kan gebeuren? Het lukt je tot nu toe, met zelfhaat en verbeterwoede, niet om je doelen te halen. Nou ben je bang dat als je ervoor kiest om compassie voor jezelf te hebben en oog te hebben voor de groei die je al hebt doorgemaakt, dat je je doelen niet gaat bereiken.

Worst case scenario is dus dat je je beter voelt terwijl je net zoveel bereikt als nu.
Ennuh newsflash: je kunt blij zijn met jezelf en je leven EN ambitieuze doelen nastreven.

Vanuit ontspanning en zelfvertrouwen is het juist makkelijker om nieuwe, moeilijke dingen te doen. Als je weet dat je een stevige basis hebt, dat je jezelf steunt, wat er ook gebeurt, kun je de sprong wagen.

Ik vraag je dus niet om geen doelen meer te stellen. Om tevreden te zijn met middelmatigheid, terwijl je voor uitmuntend wilt gaan. Om te stoppen met zelfverbetering.
Wat ik van je vraag is te stoppen met denken dat het slecht gaat en dat het goed genoeg moet worden. Je doet het nu al goed.
Hoe zou je naar geweldig kunnen doorgroeien?
Zie je hoe je al vooruit bent gegaan? Wat is er beter?

De (on)zin van positieve affirmaties bij uitstelgedrag

positieve-affirmaties-uitstelgedrag

Ik leer mijn klanten te zien hoe hun gedachten en emoties hun gedrag veroorzaken. Aangezien wat je doet en hoe je het doet bepaald welk resultaat je bereikt, zeg ik dus dat je gedachten je resultaten bepalen. Positieve affirmaties kunnen dus helpen om van je uitstelgedrag af te komen.

Je zou dat creëren van resultaten door je gedachten ‘manifesteren’ kunnen noemen. Maar dat wil niet zeggen dat alle omstandigheden in je leven door jou zijn gecreëerd. Je creëert je resultaten, dat is slechts een subset van alle omstandigheden. Op de meeste dingen heb je geen invloed.

Gedachten zijn ook niet ‘gevaarlijk’ of ‘giftig’. Het zijn gewoon maar wat verhaaltjes die je jezelf over de werkelijkheid vertelt. Door alleen iets rottigs te denken ‘manifesteer’ je heus niet meteen een rottig resultaat. Daar is eerst heel veel ‘aligned’ actie voor nodig.

Als een gedachte op zichzelf niet zoveel verschil maakt, is het voor het creëren van positieve resultaten dus ook niet nodig om alleen maar positief te denken.

Waarom positieve affirmaties niet werken

Wat mij vaak tegenstaat bij affirmaties is dat ze nogal extreem blij en positief zijn. Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar als ik tegen mezelf zeg “ik ben succesvol in alles wat ik doe” denk ik meteen aan de pot jam die ik gister niet open kreeg en aan hoe die toen uit m’n handen glipte en op de grond kapot viel…

Ik ben groot voorstander van het oefenen van nieuwe gedachten. Dat zou je ook affirmaties kunnen noemen. Maar als je zo’n gedachte niet echt gelooft, wordt het een soort bezwering. IJdele hoop, tegen beter weten in. Misschien zeg je er zelfs onbewust “maar niet heus” achter, zoals ik in het voorbeeld met die pot jam eigenlijk deed. Hoe dan ook: dat soort affirmaties werken vaak averechts.

Wat wél werkt, is iets herhalen dat je werkelijk gelooft, maar dat misschien nog niet automatisch als eerste in je op komt.
Dan zorgt de herhaling ervoor dat je er echt van overtuigd raakt.
Het is handig om een negatieve gedachte te vervangen door iets dat neutraal is. Dat voelt meestal geloofwaardiger dan iets heel positiefs.
Om een leuk leven te hebben is het ook echt niet nodig om alles fantastisch en Tell Sell A-ma-zing te vinden. Neutraal is prima.

Positieve gedachten oefenen

Eerlijk gezegd vind ik het herhalen van dezelfde zinnetjes vaak een beetje saai en onthouden wat ik aan het oefenen ben vind ik nogal een gedoe. Uiteindelijk doe ik het niet en als ik niet oplet krijg ik zo’n zeurderig uitstel-gevoel. Zo leiden positieve affirmaties dus juist tot uitstelgedrag, aargh!

Soms gebruik ik een app zoals “I am” om me aan mijn eigen zinnetjes te herinneren. Een post-it op de spiegel is ook wel nuttig als reminder soms.

Maar wat voor mij het beste werkt, is om mijn brein de opdracht te geven om bewijs te vinden voor de nieuwe gedachte. Een lijst met voorbeelden, maakt het gemakkelijker erin te geloven.
Je kunt een vraag stellen of zoiets denken als “ik ben benieuwd of er situaties zijn waarin ik precies doe wat ik van tevoren gepland had”.
Zo’n soort vraag of een uitnodiging om nieuw bewijs te ontdekken, suddert nog heel lang door. Positieve affirmaties oefenen hoef je dan dus niet op je to-do lijstje te zetten.

Hoe kun jij je brein voor je laten werken? Welke zoekopdracht geef je jezelf deze week?

Je hoeft geen goed mens te zijn

uitstelgedrag doordat je een goed mens wilt zijn

Je identiteit, hoe jij jezelf ziet, wordt bepaald door het verhaal dat je jezelf vertelt over jezelf, je leven en jouw plaats in de wereld. Veel uitstellers vertellen zichzelf onbewust een Disney-verhaal. Ze vertellen zichzelf dat ze óf goed óf slecht zijn (en dat er een goede fee is die alles oplost).
Dat is problematisch, want de werkelijkheid is complexer dan een sprookje.

Om van je uitstelgedrag af te komen, is het nodig dat je gaat zien dat een filmhuisfilm een betere weergave is van de werkelijkheid. Met mensen die niet alleen liefdevol en geliefd zijn, maar die ook ingewikkelde keuzes moeten maken, die goede intenties hebben en toch niet altijd krijgen wat ze willen. Mensen die in situaties terechtkomen waarin er het niet zo duidelijk is wat nu goed is en wat kwaad. Mensen van wie gevraagd wordt moed te tonen en dingen te doen waarvan ze niet precies weten hoe het uitpakt.

Jij bent een complex karakter, een rijke persoonlijkheid met plezierige en onplezierige trekjes. Een complex web, een ecosysteem van eigenschappen. De schoonheid zit ‘m juist in die complexiteit, dat is wat jou als persoon interessant maakt.

Makkelijker veranderen

Als je jezelf in zo’n filmhuisfilm verhaal leert plaatsen, wordt het ook makkelijker om te veranderen, te leren.
Je hoeft geen complete ommezwaai te maken van “slecht” naar “goed”. En een misstap of mislukking betekent niet dat je meteen een slechterik bent geworden.

Als je denkt dat je goed bent en goed moet blijven door alles goed te doen, maak je het jezelf heel moeilijk om vooruitgang te boeken. Het is alsof je elke verandering ziet als een tekening en denkt: zo’n prachtige tekening uit de losse hand, met 1 ononderbroken lijn dat gaat me niet lukken, dus ik maak maar helemaal geen tekening.

Terwijl je elke verandering ook kunt zien als een verzameling van kleine gedachten, gedragingen, patronen en keuzes. Als een mozaïek of een pointillistisch schilderij.

Die shift, van ononderbroken lijnen van jezelf eisen, naar overstappen op iemand die stipjes en pixels zet, heeft een mega impact.
Het loslaten van je ideaal beeld van hoe verandering eruit zou moeten zin is misschien moeilijk, maar daarna is het echt alleen nog maar een kwestie van volhouden. Doorgaan, ook al voelt het alsof 1 pixel aanpassen geen verschil maakt.

Op een dag doe je een stapje terug en zie je dat je leven compleet anders is.

Meer veerkracht

Als je de tweedeling goed versus slecht loslaat, ben je ook beter in staat om met tegenslagen of kritiek om te gaan. Gebeurtenissen, mislukkingen, dingen die andere mensen zeggen – het is informatie waarvan je iets kunt leren. Het vraagt niet van je dat je je plaats in de wereld (goed of slecht) her-evalueert.

Iemand die jou feedback geeft, brengt niet haar stem uit in een referendum over of je een goed mens of een slechterik bent.
Diegene geeft jou informatie over alle facetten en complexiteiten van wie jij bent en wat je denkt en verwacht, en over wie zij is en wat zij denkt en verwacht.

Je kunt vervolgens zelf bepalen of je die informatie wilt gebruiken om jouw mozaïek aan te passen.

Hoe dit jou veel productiever gaat maken

Loslaten van dit soort perfectionisme, betekent niet dat je moet ophouden met streven naar verbetering. Het betekent juist dat je alle vormen van vooruitgang viert. Niet alleen de grote sprong van slecht naar goed.

Waarschijnlijk ga je die grote sprong überhaupt niet maken – je begint er niet aan doordat je zoveel weerstand voelt. Of je probeert het wel, maar het mislukt telkens, totdat je het opgeeft.

Als je in plaats daarvan streeft naar het zetten van kleine, makkelijke stapjes, ben je in een klap van een heleboel weerstand en andere negatieve gevoelens af. Bovendien krijg je er een berg vooruitgang, prestaties en plezier voor terug.

Wil jij ook een leuker leven en meer vooruitgang boeken? Boek een gratis Waarmaaksessie via de knop hieronder.
We bespreken dan waar je nu staat, waar je naar toe wilt en of het Waarmaaklab onderdeel van het pad daarnaartoe zou kunnen uitmaken. Of je nou besluit om deel te nemen aan het Waarmaaklab of niet, je komt die sessie uit met nieuwe energie en je weet hoe je kunt beginnen met iemand worden die doet wat die zich voorneemt.
Spreek ik je snel?

Weg met alles-of-niets

Het is normaal menselijk gedrag om dat waar je geen zin in hebt voor je uit te schuiven. Uitstellen wordt pas een probleem als je het combineert met alles-of-niets denken.

Waarschijnlijk denk je om 10.15 uur al: ”ik ben niet om 9.00 uur begonnen aan die klus, dus ik ben een uitsteller, dus ik ga morgen een nieuwe poging doen om productief te zijn.”
Terwijl je nog een hele dag voor je hebt! Hoe erg is dat uurtje vertraging nou helemaal?

De oplossing? Je labjas aantrekken. Channel je inner-scientist.
In plaats van “laat maar”, kun je om 10.15 uur ook denken “mm, ik had gedacht dat dit alles me zou helpen om om 9 uur aan de slag te gaan. Maar die hypothese is blijkbaar niet correct. Ik vraag me af wat ik over het hoofd zie.”
En zodra je daar een antwoord op hebt, doe je een nieuw experiment.

In plaats van “het is me niet gelukt” denk je “ik vraag me af op welke manier ik dit voor elkaar ga krijgen”.

Blijf in actie, blijf je plan bijstellen, blijf nieuwe manieren verzinnen. Net zo lang tot je het gewenste resultaat hebt gehaald.

Alles-of-niets gaat het raam uit, zodra je deze twee shifts maakt:

Shift 1: Je huidige poging is niet “alles”

Je gaat niet vanaf morgen de meest productieve mens op aarde zijn. Dit plan gaat waarschijnlijk niet het ultieme resultaat opleveren.

Dat betekent natuurlijk niet dat je er überhaupt niet aan hoeft te beginnen. Dit experiment gaat je heel veel informatie opleveren, over jezelf, over hoe jij werkt. Dat kun je gebruiken als bouwsteen voor je uiteindelijke succes.  
Ik weet zeker dat je gaat bereiken wat je wilt bereiken. Beetje bij beetje. Vestig alsjeblieft niet al je hoop op je nieuwste plan.

Shift 2: Eenmaal begonnen kun je nooit meer op “niets” uitkomen.

Dat je huidige plan niet het gedroomde resultaat oplevert, betekent niet dat je nu weer terug bij af bent. Je hebt een stap vooruit gezet.

Zeggen dat je een poging hebt gedaan en dat je morgen een nieuwe poging doet helpt je niet. Je bent op reis, het is een groot experiment, het is één grote poging. Misschien wil je even pauze, prima. Maar het is niet voorbij, het is niet verloren, je bent niet gestopt, je hoeft niet opnieuw te beginnen.

Hoeveel actie ben jij bereid te nemen voor dit resultaat? Hoeveel experimenten ben jij bereid te doen?

Ben je bereid om  het resultaat van je 30-dagen-doel op dag 32 te behalen? Of gooi je op dag 28 de handdoek in de ring?

Laat je verwachtingen los over hoe het zal gaan.
Committeer je aan het resultaat.
Houd vol tot je het bereikt hebt.

Stop met je ertoe zetten

Ik zeg altijd dat ik mensen help om te doen wat ze willen doen, in plaats van waar ze op dat moment zin in hebben. Dat is uiteindelijk ook waar we naar toe werken. Maar ik raad iedereen aan vooral een tijdje zoveel mogelijk te doen waar je zin in hebt. Verder niks.

Juist als je denkt dat je een schop onder je kont, accountability of deadlines nodig hebt om in actie te komen.

Ik snap dat dat spannend is. Veel mensen met uitstelgedrag zijn bang dat ze diep van binnen intens lui zijn en dus nooit meer tot werken komen als ze zichzelf niet dwingen.
Maar ik beloof je dat dat niet waar is. Ik ben ervan overtuigd dat ieder mens de drive heeft om dingen te doen, te maken of te bereiken. Anders zou verveling niet zo akelig voelen bijvoorbeeld.

De angst dat je nooit meer iets zult doen, komt voort uit wat je nu kent. De rebelse f*ck it-buien die een reactie zijn op alle dwang en zelfhaat. De luie dagen waarop je je nergens toe kunt zetten, die eigenlijk noodzakelijke hersteltijd zijn van mentale uitputting en stress. Juist de schaamte, angst en oordelen die je hebt rondom werk, productiviteit en prestaties, zorgen ervoor dat je gaat uitstellen.
Als je stop met jezelf helemaal over de kling te jagen, merk je dat je verlangen om te Netflixen, Instagrammen en lummelen op een gegeven moment gewoon verzadigd wordt.

Als je jezelf gaat toestaan te doen wat je wilt, dan maak je waarschijnlijk wel even een slingerbeweging van het ene uiterste naar het andere uiterste van het spectrum. Van dwang en stress, naar alleen maar “leuke dingen” en heel veel rust. Maar je gaat niet de rest van je leven op de bank hangen. Echt niet.

Hoe lang zo’n herstelperiode duurt verschilt per persoon. Misschien een paar dagen, misschien een paar maanden. Zodra je mentaal en fysiek echt tot rust gekomen bent, krijg je vanzelf zin om iets te doen.

Pas als je de uitersten van het spectrum hebt verkent, kun je een balans vinden. Ergens in het midden van de schaal ligt de bandbreedte waarin jij je fijn voelt. Waar je met plezier en gemak dingen creërt en produceert. Omdat je dat wil.

Wat als er geen regels zijn en als geen enkel gedrag beter is dan het andere… wat wil je dan doen?

Start met Hoezo

“Start met waarom” is wijsheid die via Simon Sinek beroemd is geworden. En dat is natuurlijk niet zonder reden.

Als je een doel wilt bereiken, is het belangrijk om te weten waarom dat doel belangrijk voor je is. Bovendien zegt het iets over welke subset van mogelijke uitkomsten/resultaten werkelijk passen bij het waarom van het doel.

Meer omzet omdat je zoveel mogelijk klanten wilt helpen. Of meer omzet omdat je zo snel mogelijk rijk wilt worden.
Het doel is hetzelfde. Het actiepad is anders, omdat je waarom anders is.

Bovendien maakt zo’n diepere missie het meestal makkelijker om door te zetten als het even tegenzit.  Om aan de slag te gaan, ook als je geen zin hebt.

Daar schuilt ook een gevaar in. Want het is makkelijk om “Start with why” te gebruiken om van jezelf te verwachten dat je een groots meeslepend levensdoel hebt. Dat alles wat je doet je passie of levensmissie zou moeten dienen. Maar “omdat ik het wil” of “omdat het me leuk lijkt” zijn ook prima redenen wat mij betreft.

Als je vraagt waarom komt je brein zeker weten met Belangrijke Argumenten en zeker als je nog een paar keer waarom doorvraagt, geeft je uiteindelijke antwoord heel veel inzicht. Maar de allersnelste manier om erachter te komen of een bepaald doel überhaupt een goed idee voor je is, is gewoon 1x vragen: Hoezo?
Wat zou er gebeuren als je het gewoon eens lekker níet zou doen?

Zoals Danielle LaPorte schrijft: we willen dingen bereiken om hoe we ons denken te gaan voelen als we het behaald hebben.
Maar feitelijke omstandigheden veroorzaken je emoties  niet. Emoties zijn een inside job. Het is de manier waarop je brein een bepaalde fysieke sensatie interpreteert. Hoe je denkt, bepaalt hoe je je voelt.

Je hebt het behalen van dat doel niet nodig om toestemming te krijgen om te voelen wat je wilt voelen. Je kunt je gedachten, je mening over jezelf ook nu bijstellen.

Waar denk je toestemming voor te krijgen als je het doel zou halen?
Denk je dat je dan eindelijk trots op jezelf mag zijn?
Denk je dat het behalen van het doel ervoor gaat zorgen dat je kunt ontspannen?
Denk je dat het behalen van het doel betekent dat ook jij succesvol kunt zijn?

De feitelijke omstandigheden gaan geen verschil maken in hoe je denkt over jezelf.
Als dat wel zo was, zou je niet voortdurend tegen jezelf zeggen dat je een uitsteller bent. Tuurlijk, je stelt soms uit, maar je stelt ook vaak niet uit. Maar al die keren dat je niet uitstelt veranderen niet automatisch je oordeel over jezelf, toch?

Je kunt denken wat je wilt. En je kunt altijd bewijzen vinden voor welke gedachte je ook denkt. Daar heb je geen prestaties of resultaten voor nodig.

Als je dat weet…
Is het bereiken van dit doel dan nog steeds hoe je jouw tijd wilt besteden?